Grenzeloos canvas, 2013 

Tekst door Marnix Rummens

Het werk van Hilde Overbergh wordt gedreven door een fascinatie voor onze omgeving en hoe we die waarnemen. In ensembles van kleine en middelgrote doeken worden ruimtes en objecten uitgepuurd tot hun basiselementen: lijnen, volumes, verhoudingen, kleurschakeringen. Dat gebeurde eerst nog geïnspireerd door foto's, later door dagelijkse objecten te kantelen tot ze haast abstracte vormen aannamen. Wat overblijft zijn autonome, zelfstandige vormen, die nog vaag naar een ruimte of voorwerp verwijzen. Een banale keukenhanddoek wordt een verwrongen ruimtelijk raster op zich, dat een ongrijpbare diepte suggereert. Of enkele verdwaalde lijnen in een vreemd perspectief herinneren aan iets dat een huis zou kunnen zijn. Precies dat kantelpunt tussen figuratie en abstractie verleent de constructies van Overbergh een poëtische kracht: ze zijn herkenbaar en bevreemdend tegelijk, en zetten daardoor je verbeelding in gang. Maar hoe suggestief de tableaus ook zijn, het blijven tezelfdertijd puur abstracte composities van verf en doek, die deel uitmaken van dezelfde realiteit als de toeschouwer. In het werk van Overbergh zijn persoonlijke verbeelding en fysieke realiteit geen strikt gescheiden werelden, maar lopen ze rechtstreeks over in elkaar.

Door een omweg langs haar schilderkunst probeert Overbergh de wereld rondom ons anders te benaderen. Daar wordt ruimte niet afgebeeld als een vaststaand gegeven. In tegendeel, veel tableaus kan je op verschillende manieren lezen en worden beïnvloed door het kijken zelf. Sommige doeken zijn niet volledig ingevuld en lijken op het eerste zicht onaf. Andere zijn zichtbaar overschilderd, waardoor oude en nieuwere verfstroken zich mengen tot gelaagde ruimtes met een haast concrete dieptewerking. Als een waarnemingsproces dat nog op volle gang is, ziet de toeschouwer vooral mogelijkheden die zelf ingevuld kunnen worden, afhankelijk van het eigen standpunt. Die ruimtewerking wordt nog vergroot door diverse materialen die Overbergh in haar werk gebruikt. Schilderijen op plastic laten kleurvlakken op de achterliggende muur doordringen tot in de afbeelding. In andere werken geven tape en hout de compositie een materiële diepte. En tenslotte is er de opstelling van de werken onderling. Als in een atelier staan doeken in ensembles die elkaar deels overlappen. De dieptewerking van een doek dat is opgebouwd uit dat drie lagen rasters, loopt verder in een schaakbordpatroon van een ander doek dat een vierde laag lijkt toe te voegen. Hoe duidelijk omlijnd haar doeken ook zijn, de ruimtes die Overbergh er creëert zijn grenzeloos.

De composities van Overbergh zetten werkelijkheidsniveaus die normaal duidelijk gescheiden zijn met elkaar in verbinding: de wereld binnen het doek, de materialiteit van de drager zelf, gekleurde muurvlakken, schaduwvlakken en zelfs een latwerk dat zich uitbreidt door de ruimte lopen letterlijk in elkaar over tot één totaalinstallatie. Dat levert een wereld vol bevreemdende paradoxen op. Lege transparante vellen worden gevuld door achterliggende doeken en vertonen zo een interne ruimte. Felgekleurde randen van een doek schijnen af op de muur waardoor ook daar een schilderkunstig coloriet ontstaat. Geschilderde hoekpartijen op de muur krijgen door hun driedimensionaliteit de allure van een sculptuur. En zelfs latwerk en schaduwvlakken gaan deel uitmaken van de opstelling en worden verheven tot kunst. Het werk van Overbergh sluit zo aan op de bestaande ruimte dat je er midden in lijkt te staan. In dat kleurrijk en meerduidig universum bestaan beelden nooit op zich, maar ontstaan ze pas als wisselwerking tussen wat er zich binnen en buiten het beeldkader afspeelt. Hetzelfde geldt voor ruimte. Als Overbergh in haar werk peilt naar een nieuw begrip van onze omgeving vindt ze die in het besef dat ruimte slechts gecreëerd wordt door het vermogen om open te staan voor nieuwe verbindingen. Die verruimende kracht is net zo belangrijk als het omlijsten zelf. En dat maakt het werk van Overbergh aan de levende lijve voelbaar: dat die kracht schuilt in onze eigen blik.